Waarom poëzie?
Door dingen zwart op wit te zetten krijgen ze een eigen bestaansrecht. Het is losgeweekt uit hun abstracte kader, die vaak binnen het hoofd plaatsvindt. Door iets op te schrijven wordt het gegeven reëler, tastbaarder, meer afgerond ook. En daardoor begrijpelijker.
Mijn motto is een uitspraak van C. Day Lewis: ik schrijf niet om begrepen te worden; ik schrijf om te begrijpen. Poëzie is daar een mooi middel voor.

Waar komt inspiratie vandaan?
Het mooiste moment om te schrijven is in een soort “flow” terecht zien te komen, waarbij de meest inspirerende woorden als vanzelf naar boven borrelen. Alsof er een filmpje in mijn hoofd begint te spelen en ik alleen de beelden hoef om te zetten in tekst.
Andere keren is het gewoon hard werken om de juiste woorden, beelden, klanken aaneen te rijgen.
Als de muze echt wegblijft, kunnen het roestige tuinhek of een afgewassen trui plotseling prachtige thema’s vormen. Met andere woorden: inspiratie is gediend bij scherp observeren.

Favoriete thema’s?
Menselijke relaties, zeker weten. Waarin en hoe de mens tekort schiet. Waarom de emoties vaak slechts zichtbaar zijn in de frons en het blinkende oog. Herkennen, associëren, verbinden. Bijkomend voordeel hierbij is dat een flinke dosis zelfreflectie goed van pas komt.

Waardering of kritiek?
Kritiek doet mij beseffen dat ik er nog niet ben. Alleen door het ontvangen van kritiek kan ik proberen mijn eigen stijl verder te ontwikkelen.
Waardering zorgt ervoor dat ik de moed vind om dóór te blijven schrijven, ook al blijft de eeuwige twijfel “dit keer is het echt drie keer niets” voortdurend in mijn hoofd spoken.
Dus stel ik mezelf gerust: is de zekerheid van de twijfel wellicht juist de sleutel naar ware poëzie?