Angstzweet

komt altijd in de nacht
kruipt, sluipt
door gangenstelsels
waar groene gedachten liggen

wachten om gekleurd
te worden onder de stevige druk
van een herfst die – onaangekondigd –
aangestormd komt

wrikt zich tussen stalen schouderbladen
klauwt in ’t wilde weg maakt
rondedansjes in een bovenbuik

dwingt, dringt
zich binnen tot in de kern
van mijn opgerolde niemandsland
waar ik licht in mijn handen

probeer te vangen
en lucht om door te kunnen
leven in draaglijke waarheid

Terug